Kabinet werkt aan zachter Box 3 voorstel terwijl belasting op ongerealiseerde winst overeind blijft

Kabinet werkt aan zachter Box 3 voorstel terwijl belasting op ongerealiseerde winst overeind blijft

Het kabinet werkt aan aanpassingen voor de omstreden Box 3 wetgeving, maar het kernprincipe verandert niet. Belasting op ongerealiseerde meerwaarden blijft de basis van het voorstel, ook al erkent minister van Financien Eelco Heinen zelf dat de huidige opzet niet werkbaar is.

De discussie gaat inmiddels niet meer over of Nederland papieren winst mag belasten, maar puur over de technische invulling.

Welke aanpassingen liggen er op tafel?

Het kabinet verkent meerdere opties om de wet uitvoerbaarder te maken. Zo is er sprake van een verlaging van het belastingtarief ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel. Daarnaast komt er mogelijk een vrijstelling voor werknemers en oprichters van startups, specifiek bedrijven die korter dan vijf jaar bestaan. De derde aanpassing is een mechanisme voor achterwaartse verliesverrekening, waarmee beleggers verliezen kunnen terugrekenen over eerdere jaren.

Die laatste optie is pikant. Kamerlid Michiel Hogeveen diende eerder een amendement in voor precies zo’n verliesverrekening. Dat voorstel werd door het kabinet van tafel geveegd met het argument dat het niet uitvoerbaar en te duur zou zijn. Nu duikt hetzelfde idee op als serieuze optie vanuit datzelfde kabinet. Een draai die vragen oproept over hoe stevig de argumenten tegen het oorspronkelijke amendement eigenlijk waren.

Papieren winst belasten blijft het uitgangspunt

Wat niet verandert is het fundament onder de wet. Beleggers gaan belasting betalen over waardestijgingen die ze niet verzilverd hebben. Een aandelenportefeuille die op papier in waarde stijgt, leidt tot een belastingaanslag, ook als er geen enkele positie verkocht is. Daalt de waarde daarna weer, dan blijft de eerder opgelegde aanslag gewoon staan.

Concreet: wie aandelen bezit in een bedrijf dat in waarde groeit, ontvangt een belastingaanslag zonder dat er geld binnenkomt. De enige manier om die rekening te betalen is in veel gevallen het verkopen van een deel van de posities. Niet op een strategisch gekozen moment, maar op het moment dat de fiscus het vordert. Critici noemen dit een gedwongen verkoop die niets te maken heeft met gezond beleggingsbeleid.

Debat verschuift van principe naar uitvoering

Wat opvalt aan de huidige politieke discussie is dat vrijwel niemand nog debatteert over de fundamentele vraag of het eerlijk is om vermogensgroei te belasten die alleen op papier bestaat. Het gesprek draait volledig om tarieven, uitzonderingen en verliesverrekening. De principiele bezwaren die een jaar geleden nog centraal stonden in het debat zijn naar de achtergrond verdwenen.

Belasting op gerealiseerde winst bij verkoop bestaat al tientallen jaren en stuit nauwelijks op weerstand. Het belasten van ongerealiseerde waardestijging is echter iets fundamenteel anders. Het gaat ervan uit dat een verwachte waarde gelijk staat aan daadwerkelijk inkomen, terwijl die waarde op elk moment kan veranderen.

De wet moet nog door de Eerste Kamer en daar verwachten critici dat de principiele discussie alsnog gevoerd wordt. De vraag is of de senatoren zich richten op de technische verbeteringen die het kabinet voorstelt, of dat ze het onderliggende principe ter discussie durven stellen.